|
![]() |
Breng alle ingrediënten en de deegkom op kamertemperatuur en vermijd tocht.
Zeef 500 gram bloem met het zout en 40 gram basterdsuiker in een kom. Roer de
gist met de rest van de basterd-
suiker vloeibaar. Maak een kuiltje in het midden van de bloem en breek daar 2
eieren in en giet de gist erbij.
Bestrijk het middelste deel van de bakplaat met boter. Doe de rest van de boter
met 2 1/2 dl. melk bij de bloem en
roer alles door elkaar. Kneed daarna tot het deeg blazen gaat vertonen en niet
meer aan de handen plakt.
Voeg desgewenst wat melk of bloem toe. Laat het deeg, afgedekt met een vochtige
doek, op een lauwwarme
plaatst 1 uur rijzen. Bestrooi het aanrecht met een deel van de rest van de
bloem. Leg daar het gerezen deeg op
en kneed met de handen flink door. Roer de amandelen, komijnzaad, de geraspte
citroenschil, de foelie en het
mespunt kaneel in een aparte kom door elkaar. Vorm van het deeg dan een
lange rol. Maak in het midden over de
gehele lengte van de deegrol een een gleuf en strooi daar het mengsel van noten,
zaad en specerijen in.
Kneed de deegrol goed door en verdeel het deeg in drie porties van gelijke
grootte. Rol de stukken met de hand uit
tot rollen van de zelfde lengte en dikte. Druk de uiteinden van de drie
deegrollen met wat water stevig op elkaar en
maak van de rollen een niet al te strakke vlecht.
Strooi de rest van de bloem op de bakplaat, tik daar het overtollige bloem van
en en leg de deegvlecht op de bakplaat.
Leg een vochtige doek op het deeg en laat dat op de plaat nog een 30 minuten
narijzen op een lauwwarme plaats.
Verwarm na 20 minuten de oven alvast voor op 230 graden. Schuif na het rijzen de
plaat in het midden van de oven
en laat het deeg mooi van kleur worden. Bestrijk het brood, even voordat het uit
de oven wordt genomen met de
boterkwast met wat koud water, zodat de broodkorst mooi gaat glanzen.
Brood moet op gevoel worden gebakken. Als je er op klopt moet het hol klinken.
Dit recept printen. ![]()