ingrediënten (voor 4 tot 6 personen)
Voor de flensjes
- 250 cc melk
- 250 cc water
- 225 gram zelfrijzend bakmeel of
pannekoekenmeel
- eieren
- 30 gram gesmolten boter
- 1 eetlepel cognac of vieux
- wat zout
voor de vulling
- ongeveer 1 kg spinazie
- 25 gram boter
- 1 a 2 eetlepels bloem
Voor het bakken
- boter of olie
- 1 gelderse rookworst
Bereiden
Maak het beslag door de eierdooiers en de gesmolten boter bij het meel met zout te
doen, roer er geleidelijk
melk en water door en doe de cognac of vieux erbij.
Verwijder bij de verse spinazie de slechte blaadjes en de scherpe zaadjes en was de
spinazie enkele malen
in ruim water, spoel ze in een vergiet na en laat ze korte tijd uitlekken.
Laat de verse spinazie met wat zout op een hoge vlam zonder verder water ca. 5 minuten
onder voort-
durend omscheppen slinken. Laat ze afgedekt staan.
Klop de eiwitten stijf en schep ze luchtig door het beslag.
Laat in een koekenpan een weinig boter heet worden en bak niet te dikke pannekoeken aan
beide kanten
goudgeel, houd ze niet afgedekt warm boven een pan met heet water.
Had de spinazie fijn, na er wat bloem over te hebben gestrooid.
Doe ze met de boter in een vuurvaste serveerschaal met dekse, stoof ze heel zacht onder zo
nu en dan
roeren gaar, maar pas op voor het aanbranden.
Verwarm een vacuum verpakte rookworst in heet water (20 min) of 30 seconden in de
magnetron.
Leg op de pannekoek wat spinazie en rol ze op. Leg ze op een warme schotel naast elkaar
met de in porties
gesneden rookworst eromheen. Geef er aardappelpuree bij met wat nootmuskaat.